Zaken doen was nog nooit zo makkelijk, pretendeert het zakelijke online netwerk LinkedIn. Je vindt er je nieuwe baan, kunt er opdrachten binnenslepen, kennis delen en je relaties onderhouden. Maar hoe werkt het en is het echt zo nuttig?
Een profiel maken op LinkedIn is zo gepiept. In een paar tellen vul je de verplichte velden in en sta je officieel geregistreerd, je zit op LinkedIn. Het grootste online zakelijke netwerk dat de naam heeft onmisbaar te zijn voor het leggen van nieuwe contacten, het vinden van een nieuwe baan, het onderhouden van relaties en het binnenslepen van opdrachten.
Een paar dagen of een paar weken later denk je teleurgesteld: is dit het nou? Er gebeurt niks, je profiel is een statisch, bijna saai cv ergens op het wereldwijde web en niemand lijkt er in geïnteresseerd. Jan Vermeiren, een Belgische netwerkgoeroe hoort die verhalen regelmatig. Vermeiren schreef er zelfs een boek over: ‘ Hoe LinkedIn nu echt gebruiken’.
En hij heeft eigenlijk maar één gouden tip: wie wil oogsten, moet zaaien. En je kan online zaaien en offline oogsten. Wie wacht tot een ander over de brug komt, kan lang wachten. Vergelijk het met de traditionele netwerkborrel, wie in de hoek staat en hoopt dat er wel iemand op hem of haar af zal komen, loopt vaak zonder business of nieuwe contacten de deur uit.
Omdat er volgens sommigen zo weinig gebeurt op LinkedIn zijn er nog een boel sceptici. Feit is dat er intussen zo’n miljoen werkende Nederlanders een profiel hebben aangemaakt op de zakelijke netwerksite en door die explosieve groei wordt het medium steeds interessanter. Vermeiren vergelijkt de opkomst van LinkedIn met de opkomst van de telefoon. Hoe meer mensen een telefoon hadden, des te groter werd het succes van diezelfde telefoon. Je hebt er immers allebei een nodig om contact met elkaar te kunnen leggen.
„Ondanks het feit dat niet iedereen op LinkedIn zit, is het een website voor zakelijke netwerken waarmee je heel veel zakelijke contacten kunt bereiken. We zien in de praktijk dat al een meerderheid van de organisaties is vertegenwoordigd. In de Verenigde Staten hebben alle Fortune 500 bedrijven aanwezigheid op LinkedIn op ‘executive’ niveau”, aldus Vermeiren.
„Misschien vind je op LinkedIn niet de marketingmanager van een bedrijf, maar vind je wel de IT-manager. De marketingmanager is daar maar een stap vandaan. Oké, dat kost wat extra moeite, maar het is nog steeds stukken gemakkelijker dan voor het bestaan van LinkedIn.”
Wereldwijd zijn er nu 35 miljoen gebruikers. Barack Obama is er te vinden, Jan Peter Balkenende, maar ook de plaatselijke ondernemer geeft steeds vaker thuis op het online zakennetwerk. Join my network on LinkedIn. Steeds meer werkenden krijgen die uitnodiging in hun postvak, en zo breidt de olievlek zich verder uit. Het gros van de LinkedIn- gebruikers bestaat uit hoogopgeleide mannen, rond een jaar of veertig.
Daarmee onderscheidt LinkedIn zich duidelijk van sociale media als Hyves of Facebook waar de gemiddelde leeftijd zo’n twintig jaar lager ligt en vooral privézaken als vakantiekiekjes en dagelijkse beslommeringen de boventoon voeren. Er is op het zakelijke netwerk wel ruimte voor hobby’s en andere interesses, maar de nadruk ligt heel duidelijk op de professionele kant.
Dat maakt het ook voor werving- en selectiebureaus interessant. Er zijn veel geschikte kandidaten te vinden die misschien best wel eens van baan willen wisselen, maar niet actief geregistreerd staan in de vacaturebanken. Wie heeft aangeklikt in zijn of haar profiel geïnteresseerd te zijn in ‘Job Inquiries’ is daarom eenvoudig te polsen voor een eventuele andere functie. LinkedIn - een Amerikaans bedrijf dat in 2003 is opgericht - heeft de ledenaantallen zien verveelvoudigen de afgelopen jaren.
Vooral sinds het losbarsten van de crisis is de stijging van het aantal online netwerkers explosief gegroeid. Volgens Vermeiren is het zaak tijdig je netwerk op te bouwen en daar niet pas mee te beginnen als de nood aan de man komt.
„Ik ontmoet veel mensen die hun netwerk pas gaan opbouwen als het al te laat is. Mensen die onverwachts worden ontslagen en plotseling snel die nieuwe baan moeten vinden, realiseren zich dat ze een netwerk nodig hebben om hen te helpen. Vervolgens worden ze lid van LinkedIn en beginnen hun netwerk op te bouwen, wat tijd kost en die tijd hebben ze vaak niet.”
Volgens Vermeiren verdient het geen voorkeur om te beginnen met een netwerk als er een dringende behoefte is. Die dringende behoefte kan eerder afstoten. „Begin dus met het opbouwen van een netwerk voordat je het feitelijk nodig hebt.''
''Je kunt dan op een normale manier met mensen omgaan, namelijk met de netwerkattitude, die inhoudt dat je dingen deelt zonder daarvoor onmiddellijk iets terug te verwachten.” En daarin zit ‘m de kneep van het online netwerken. Geven zonder iets terug te verwachten. Volgens Vermeiren is het nuttig om deel te nemen aan discussies en groepen op LinkedIn, om je expertise te delen en je zelf zichtbaar te maken.
Zo kun je vertrouwen winnen en nieuwe contacten opdoen. De echte kracht van het online netwerk zit bovendien niet zozeer in wat Vermeiren ‘de eerste graad’ noemt. Echt waardevol zijn de connecties van de connecties. De kennissen dus van je kennissen ook wel ‘de tweede graad’ genoemd. Dat sluit aan bij bekende netwerktheorieën als ‘the six degrees of separation’ die ervan uitgaan dat iedereen via een netwerk van vijf tussenschakels met elkaar verbonden is.
Netwerken zijn niet nieuw. In 1967 al deed Stanley Milgram, hoogleraar psychologie, onderzoek naar de hoeveelheid stappen die iemand van iemand verwijderd is. Milgram stuurde zo’n 300 brieven naar willekeurig geselecteerde mensen in de Verenigde Staten, met daarbij de instructie om dezelfde brief naar weer een willekeurig iemand in Boston te sturen. Hierbij moesten de ontvangers van de brief gebruik maken van persoonlijke contacten.
Het onderzoek leverde op dat het gemiddelde aantal stappen om te komen bij een bepaalde persoon ongeveer zes is. Daaruit is de gevleugelde uitdrukking ge- komen ‘ The six degrees of separation’. Het resultaat van Milgrams onderzoek zou erop wijzen dat iedereen in Amerika onderdeel uitmaakt van een groot sociaal netwerk dat aan alle kanten in elkaar klikt.
Wie deze ‘six degrees of separation’ in zijn achterhoofd houdt, hoeft dus eigenlijk niet verbaasd te zijn dat het zo vaak gebeurt dat je op een camping in het buitenland iemand tegen het lijf loopt die een gemeenschappelijke kennis blijkt te kennen. We leven in een kleine wereld. En de ‘ tweedegraads’ connecties met vage kennissen blijken in de praktijk vaak waardevoller dan je eigen netwerk met mensen die dichtbij je staan en dezelfde dingen horen, doen en meemaken.
De tweedegraads kennissen beschikken juist over informatie die je niet had. LinkedIn maakt het benaderen van die tweede graad een stuk eenvoudiger. Via via kun je geïntroduceerd worden in iemands netwerk en daarmee een hele nieuwe markt aanboren of hele nieuwe informatie en expertise delen. Feit is echter wel dat je er tijd in moet steken. Ook daar klagen sceptici over.
Er is geen tijd om hele dagen te lanterfanten op het net. Maar volgens netwerkcoach Jan Vermeiren is het online netwerken juist effectief omdat je snel inzichtelijk krijgt met wie je te maken hebt en wat je voor elkaar kan betekenen. De één is een meer begenadigd netwerker dan de ander. Of dat nu in het echte leven of op het web is. En LinkedIn blijft een hulpmiddel.
Al staat LinkedIn volgens futurist en trendwatcher Erwin van Lun nog maar aan het begin. Volgens hem is de zakelijke netwerksite ‘een essentieel onderdeel van de nieuwe economie die nu ontstaat’. Van Lun: „ LinkedIn groeit uit tot een zeer betrouwbaar maatje bij alles wat te maken heeft met werk. Wereldwijd. LinkedIn staat echt pas aan het begin.”
Bron: De Ondernemer, 22 augustus 2009